Melanoom

Home > Aandoeningen > Melanoom

Hoe vaak komt het voor?

Het aantal nieuwe gevallen van huidkanker is de laatste 40 jaar voortdurende gestegen. En ook voor het melanoom is inmiddels vast komen te staan de toename te maken heeft met overdadige en steeds terugkerende blootstelling aan de zon. Tussen 1989 en 2008 is het aantal nieuwe gevallen van melanoom ieder jaar met ongeveer 4 % toegenomen.

In 2010 kwamen er op iedere 100.000 Nederlanders gemiddeld 25-30 nieuwe gevallen bij. In Nederland overleden in dat jaar bijna 800 mensen (350 vrouwen en 450 mannen). 

Risicofactoren

De belangrijkste risicofactor voor het krijgen van een melanoom of kwaadaardige moedervlek is erfelijke aanleg. Het risico neemt toe naarmate er meer familieleden een melanoom hebben. 
Een klein risico voor het ontstaan van een melanoom is:

- meer dan 50 gewone moedervlekken of
- 3 of meer onrustige moedervlekken.

Bij mensen met een bleke huid, met sproeten of blond/rossig haar is het risico op melanoom ook licht verhoogd. Dit zijn allemaal risico’s die vastliggen en waar u niets aan kunt veranderen. De enige bekende risicofactor die wel beïnvloed kan worden, is te veel zonlicht.

Hoe eerder hoe beter

Bij het melanoom is het van groot belang dat de afwijking in een zo vroeg mogelijk stadium ontdekt wordt. In een vroeg stadium is deze vorm van huidkanker meestal uitstekend te genezen. In een later stadium ontstaan uitzaaiingen, die een groot gevaar zijn voor de gezondheid, vaak met dodelijke afloop. Het is daarom van groot belang dat u een arts raadpleegt als u veranderingen opmerkt aan een moedervlek, als u een vreemde moedervlek ontdekt, of als u klachten heeft van een moedervlek.

Ook aangeboren moedervlekken kunnen in zeldzame gevallen kwaadaardig worden. Het risico is afhankelijk van de grootte van deze moedervlekken. Bij kleine aangeboren moedervlekken is het risico heel klein.

Melanoom wat nu?

Wanneer uw huisarts bij u een kwaadaardige moedervlek ontdekt, wordt vaak contact worden opgenomen met onze dermatologen. Zij zullen u dan, vaak dezelfde dag nog zien. De dermatoloog zal de verdachte moedervlek dan ook dermatoscopisch onderzoeken. Wanneer de dermatoloog ook aan een melanoom denkt zal deze, in principe tijdens het eerste consult worden verwijderd en worden opgestuurd voor microscopisch onderzoek. Hoe deze verdere behandeling verloopt kunt u lezen in het zorgpad Melanoom.

Wat zijn de vooruitzichten?

Dankzij de aandacht die er al vele jaren in diverse voorlichtingscampagnes en in de media aan het melanoom is besteed, wordt deze vorm van huidkanker in een steeds vroeger stadium ontdekt. Mensen met verdachte verschijnselen gaan eerder naar de huisarts dan vroeger het geval was. Hierdoor zijn de vooruitzichten van mensen met een melanoom de laatste 30 jaar aanzienlijk verbeterd.

Zelf controleren

In het verleden werd vaak geadviseerd dat patiënten met veel moedervlekken jaarlijks moesten worden gecontroleerd. Daarbij bekijkt de dermatoloog of er veranderingen zijn opgetreden. Tegenwoordig weten we dat dit een schijnzekerheid geeft. De patiënt kan denken dat hij of zij weer voor een jaar is “goedgekeurd” waardoor er geen aandacht meer aan de moedervlekken wordt besteed. Het is daarom verstandiger om bijvoorbeeld eens per maand zelf de moedervlekken te beoordelen. De patiënt leert daardoor zijn of haar eigen moedervlekken beter te bekijken. Een handige folder met tips en voorbeelden is uitgegeven door het LUMC

Een klein percentage mensen heeft zo’n groot risico op het krijgen van een melanoom, dat regelmatige controle door een dermatoloog gewenst is. Als u vele tientallen opvallende moedervlekken heeft en/of twee of meer familieleden met een melanoom zou u tot die categorie kunnen behoren.

Wat kunt u zelf nog doen?

Zonverbrandingen op jonge leeftijd vergroten enigszins het risico op het krijgen van een melanoom. Het is daarom zeker bij kleine kinderen aan te raden overmatige zonnen te vermijden. Er zijn ook aanwijzingen, dat regelmatig zonnebankgebruik het risico op melanoom kan vergroten, maar hierover is het laatste woord nog niet gezegd.