Zorgpad Melanoom

Home > Aandoeningen > Melanoom > Zorgpad Melanoom

Het zorgpad melanoom

Wanneer uw huisarts bij u een verdachte moedervlek heeft ontdekt wordt u verwezen naar de dermatoloog. Daarna volgt u een vastgelegd traject: het zorgpad melanoom. In dit zorgpad zijn alle noodzakelijke stappen beschreven die van belang zijn voor een juiste behandeling. Daardoor weet u tijdens en na de behandeling steeds waar u aan toe bent. 

Diagnose

Tijdens het eerste consult zal de dermatoloog de moedervlek met het blote oog, maar ook met behulp van een dermatoscoop beoordelen. Op basis van dit onderzoek kan de dermatoloog met enige zekerheid vaststellen of het om een melanoom gaat.

Eerste operatie

Wanneer er een sterke verdenking bestaat, zal de moedervlek tijdens de eerste afspraak worden verwijderd. Dit heet een diagnostische excisie en gebeurt onder plaatselijke verdoving. Eerst wordt er dan een foto gemaakt voor in uw patiëntendossier. 

Na verwijderen van de moedervlek wordt deze opgestuurd naar de patholoog in Den Bosch. Deze beoordeelt de moedervlek onder de microscoop. Meestal is de uitslag van dit onderzoek bekend op het moment dat de hechtingen worden verwijderd. De dermatoloog zal de uitslag met u bespreken.

Als er onzekerheid bestaat zal patholoog overleggen met collega's of aanvullende onderzoeken doen op de moedervlek. Daarom is de uitslag niet altijd bekend bij het verwijderen van de hechtingen. Dat betekent niet automatisch dat het niet goed is. 

Indien de uitslag van het microscopisch onderzoek uitwijst dat de moedervlek geen melanoom is, kan de behandeling worden afgesloten. Wanneer het wel om een melanoom gaat zal een tweede ingreep noodzakelijk zijn. Dit heet een therapeutische excisie.

 

Tweede operatie

Als de patholoog besluit dat het een melanoom betreft, wordt direct ook de microscopische dikte bepaald: de Breslow-dikte. Aan de hand van die dikte wordt bepaald wat er vervolgens moet gebeuren. Als de Breslow-dikte kleiner of gelijk is aan 2 mm wordt 1 centimeter rondom het litteken verwijderd. In andere gevallen wordt 2 centimeter verwijderd. Dat gebeurt bij voorkeur binnen 6 weken nadat de diagnose is gesteld, meestal eerder en door uw eigen dermatoloog van DermaPark. 

Doorgaans kan ook deze ingreep onder plaatselijke verdoving plaatsvinden. In sommige gevallen wordt geadviseerd om ook een lymfklieronderzoek te doen. Dat heet een schilwachtklieronderzoek. Daarvoor wordt u dan verwezen naar het Radboudumc in Nijmegen.

 

Controles

Bij melanomen tot 1 mm Breslow-dikte zijn de vooruitzichten zo gunstig dat het niet noodzakelijk is u onder controle te houden. Meestal is er nog een eenmalige controle na ongeveer een maand. U kunt dan nog eventuele vragen stellen en krijgt uitleg over hoe u uzelf kunt controleren. Klik hier voor de brochure van de Stichting Melanoom.

Omdat de diagnose melanoom - ondanks alle uitleg en informatie die wordt gegeven - regelmatig voor onrust bij de patiënt zorgt, is het belangrijk niet met die onrust te blijven lopen. Het is dan beter om contact op te nemen met uw dermatoloog of huisarts. Het eerste jaar na de laatste controle kunt u zonder verwijzing van uw huisarts bij uw dermatoloog in DermaPark terecht.

Vooruitzichten

De vooruitzichten bij een melanoom zijn sterk afhankelijk van de kans op het ontstaan van uitzaaiingen. Omdat de meeste patiënten in een vroeg stadium van de ziekte worden behandeld, zijn de vooruitzichten doorgaans gunstig. Hier geldt hoe dunner het melanoom, hoe groter de kans op volledige genezing.

De overleving van patiënten met een dun melanoom (dunner dan 1 mm Breslow-dikte) ligt erg hoog, tegen de 100%. Voor melanomen met een grotere Breslow-dikte is dat percentage lager.

Voor patiënten bestaat er ook een patiëntenvereniging. Voor meer informatie deze stichting klik hier.